heldere teek

Q-KOORTS

de Australische tekenbeetkoorts

Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne

Evaluatie


Infectieziekten Bulletin

De diagnostiek van Q-koorts die in grote ziekenhuislaboratoria wordt toegepast, is onlangs geëvalueerd (Infectieziekten Bulletin nov. 2010). Daaruit blijkt dat in de periode van 2007 t/m 2009 in de diverse laboratoria verschillende testen werden gebruikt en dat daarbij verschillende criteria zijn gehanteerd voor een positieve uitslag. Van uniformiteit was geen sprake. Daarom is onlangs een gemeenschappelijk uitgangspunt geformuleerd voor het stellen van een juiste diagnose (Consensus diagnostiek bij acute Q-koorts):
Er was overeenstemming over het principe dat een bevestigde diagnose gebaseerd moet zijn op een meervoudige serologie, waarbij een seroconversie of een significante titerstijging moet worden waargenomen. 
Dus voor een betrouwbare (bevestigde) diagnose is altijd een tweede bloedonderzoek noodzakelijk.

Rapport commissie van Dijk

De aanpak van de Q-koorts door de overheid is onlangs geëvalueerd door de commissie van Dijk. De eerste conclusie in het rapport luidt dat er over deze ziekte nog zoveel onzeker is dat het de uitkomst van elke aanpak onvoorspelbaar maakt. Die onzekerheid klinkt zo (uit hoofdstuk 3 van het rapport):
‘Zeer noodzakelijke gegevens blijken geregeld te ontbreken.’ ‘Veel is gebaseerd op het vertrouwen in de gegevens die de huisarts of specialist heeft aangeleverd.’ ‘Veel laboratoriummeldingen berusten noodzakelijkerwijs op een interpretatie van een enkelvoudig monster, maar de diagnose van acute Q-koorts is lang niet altijd op een enkelvoudig monster te stellen.’ ‘In de aanmeldingen zit een bepaalde bandbreedte. Hoe groot die is, blijkt niet exact aan te geven, maar wordt geschat op tien tot wel dertig procent.’
Een bandbreedte van dertig procent betekent dat het aantal Q-koortsgevallen in bijv. 2009 geschat moet worden tussen 1650 en 3060 (2354 ± 30%). Dat demonstreert de geringe betrouwbaarheid van de cijfers over de ziekte in het algemeen en van de gestelde diagnoses bij patiënten in het bijzonder.

Kansrekening

Het is nog erger dan in het rapport vermeld staat: de meldingen van Q-koorts die berusten op de interpretatie van een enkelvoudig bloedmonster geven bij afweerstoffen tegen Q-koorts een kans op een vals-positieve diagnose van circa 98%. Dat komt doordat de titer meestal slechts gedurende de eerste drie tot zes weken na infectie stijgt (in de acute fase). Maar na het overwinnen van de infectie kunnen die afweerstoffen drie tot zes jaar in het bloed aantoonbaar blijven. De kans dat een eenmalig positieve bloeduitslag door een acute infectie wordt veroorzaakt, is dus slechts circa 2%; de kans dat een eenmalig positieve bloeduitslag door een oude, overwonnen infectie wordt veroorzaakt, is circa 98%. Daarom is het van cruciaal belang om te weten hoeveel van de gemelde diagnoses berusten op enkelvoudige bloedmonsters en hoeveel (of hoe weinig) zijn gebaseerd op meervoudige serologie waarbij een seroconversie of een significante titerstijging is vastgesteld.

Vals-positieve diagnoses

Circa 400.000 mensen in Nederland (2,4% van de bevolking) hebben afweerstoffen tegen Q-koorts zonder dat zelf te weten. Ze hebben dus een infectie doorgemaakt zonder dat ze ziek werden. Als zij worden getest op afweerstoffen tegen Q-koorts reageren ze altijd positief ook als ze een andere ziekte hebben of bijv. een verstuikte enkel. Door drie weken later een tweede bloedmonster te onderzoeken, blijkt dan dat er bij hen geen significante titerstijging is opgetreden en dat ze dus geen Q-koorts hebben. Zonder een tweede monster kunnen in principe 400.000 vals-positieve Q-koortsdiagnoses worden gesteld in Nederland.

Foutenraming

In 2009 brak een epidemie uit van Mexicaanse griep. Maar ook de Q-koorts-hype was in Nederland op zijn hoogtepunt. De symptomen van griep en Q-koorts zijn niet van elkaar te onderscheiden. Daardoor is vooral in 2009 van een groot aantal grieppatiënten bloedonderzoek gedaan op Q-koorts, vooral als ze in de buurt woonden of werkten van een besmet geitenbedrijf. Stel dat toen 1% van de bevolking met Mexicaanse griep naar de dokter ging en daarbij werd getest op Q-koorts. Als onder die patiënten een evenredig aantal was van de 400.000 mensen met afweerstoffen tegen Q-koorts dan heeft die test 4000 positieve uitslagen opgeleverd (1% van 400.000). Bij degenen van deze 4000 waarbij geen tweede bloedonderzoek werd gedaan, zal ten onrechte de diagnose Q-koorts zijn gesteld en waarschijnlijk zijn ze dan ook als zodanig gemeld bij de GGD. Daarmee zou het totale aantal meldingen van Q-koorts te verklaren zijn door uitsluitend vals-positieve diagnoses, zelfs als je voor 2009 rekent met het geschatte maximale aantal van 3060 gevallen in dat jaar.

Conclusie

De (veronderstelde) uitbraak van Q-koorts in Nederland gedurende de jaren 2007 t/m 2009 kan volledig berusten op vals-positieve diagnoses.

 

© Rogier Verberne
ISBN: 978-90-818362-0-3
www.q-koortsbesmetting.nl

andere e-boeken van Rogier Verberne
Veterinaire Verhalen over Vee en Paarden
Jeugddiabetes en Ouderdomssuiker
Vergelijking van racefiets en ligfiets