Q-KOORTS

de Australische tekenbeetkoorts

Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne




8. Evaluatie


Dat patiënten met griepsymptomen die in hun bloed afweerstoffen hebben tegen Q-koorts niet noodzakelijk Q-koorts hebben, is moeilijk te begrijpen; zeker als ze ook nog eens op of in de omgeving van een besmet geitenbedrijf aanwezig zijn geweest. Combinatie van griepsymptomen met afweerstoffen tegen de Q-koortsbacterie werd (en wordt nog steeds) vrij algemeen aanvaard als bewijs van Q-koorts. Dat is een vergissing. In Nederland zijn circa 400.000 mensen (2,4% van de bevolking) met zulke afweerstoffen zonder dat ze Q-koorts hebben of de ziekte hebben gehad. Als van deze mensen bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van deze afweerstoffen scoren ze altijd positief ook als ze op dat moment een andere ziekte hebben bijv. Mexicaanse griep. Tijdens de epidemie van Mexicaanse griep in 2009 was dat heel vaak het geval. De vergissing werd pas duidelijk als in een tweede bloedmonster van de patiënt, 3 weken later, dezelfde concentratie aan afweerstoffen tegen Q-koorts werd gevonden als in het eerste. Daarvoor moest dan wel een tweede bloedmonster worden afgenomen…..

Foutieve diagnoses
De fout die door medisch Nederland is gemaakt met betrekking tot de uitbraak van Q-koorts in de periode 2007-2010 is dat de aanwezigheid van afweerstoffen tegen de Q-koortsbacterie in het bloed bij patiënten is beschouwd als bewijs voor de diagnose. De afname van een tweede monster is doorgaans achterwege gebleven. Daardoor zijn toen veel mensen met griepsymptomen die tevens afweerstoffen hadden tegen de Q-koortsbacterie aangemeld als Q-koortspatiënten. Het RIVM heeft deze diagnostische vergissing pas eind 2010 onderkend (1) en verzuimde tot dan toe om de gemelde Q-koortsgevallen te screenen op vals-positieve diagnoses. Daardoor ontstond het beeld van een grote Q-koortsuitbraak in Nederland. Dat beeld is zwaar overtrokken. Vergelijking met de situatie vlak over de grenzen met België en Duitsland toont dat ook aan. Zelfs achteraf kan het beeld nog worden bijgesteld door in de administratie van de ziekenhuislaboratoria na te gaan welke bloedonderzoeken naar afweerstoffen tegen Q-koorts destijds enkelvoudige monsters betroffen. Die zouden allemaal als vals-positief bestempeld kunnen worden, waarbij dan een foutenmarge van circa 2% aannemelijk is.

Statistische meetfout
De overtuiging dat bedrijven met besmette melkgeiten de oorzaak waren van de toegenomen incidentie van klinische Q-koorts bij mensen gedurende de periode 2007-2010 berust op een statistische meetfout. Door gericht zoeken naar besmettingen bij mensen die in een straal van 5 km rond bedrijven met besmette melkgeiten woonden (meer dan een miljoen huishoudens) is de statistisch ‘scheve verdeling’ gecreëerd waarop deze onterechte overtuiging is gebaseerd. De stelling dat ‘the most important risk factor for human Q fever is living close (<5 km) to an infected dairy goat farm’ (3) berust op deze statistische meetfout. En op basis van deze foutieve informatie zijn vervolgens door de overheid drastische maatregelen genomen tegen besmette geitenbedrijven ‘ter bescherming van de volksgezondheid’. Vóór het voltooien van de verplichte vaccinatie tegen Q-koorts in 2010 waren melkgeiten waarschijnlijk de belangrijkste bron van besmetting met de Q-koortsbacterie voor mensen. Maar deze ‘geitenbacteriën’ veroorzaken bij mensen wel de vorming van afweerstoffen maar geen ziekte (hooguit bij enkele risicogroepen). De werkelijke bron van klinische Q-koorts bij mensen is tot heden onbekend. Alleen van teken is de oorzakelijke betekenis voor het ontstaan van deze ziekte bij mensen aannemelijk gemaakt (6).

Wetenschapsfraude
In Nederland werd slechts bij 3 Q-koortspatiënten het genotype van de ziekteverwekkers bepaald nl. in het CWZ (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen) (4). De gevonden genotypen matchten niet met het gebruikelijke genotype van de Q-koortsbacterie van melkgeiten (5). Alleen de Q-koortsbacterie die in het CWZ werd gekweekt uit de urine van een geitenhouder vertoonde overeenkomst met de ‘geitenbacterie’ die door het CVI (Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR) werd geïsoleerd op het eigen bedrijf van deze man. Maar hij was door die besmetting helemaal niet ziek geweest (4)! Toch wordt deze gezonde man in dit vergelijkende onderzoek opgevoerd als ‘patiënt 2’ en concluderen de onderzoekers uitsluitend op basis van deze ene gezonde man dat het meest voorkomende genotype van de Q-koortsbacterie bij geiten ‘was widely transmitted to humans, causing Q fever in the human population’ (5). Dat is bewuste misleiding: bewust omdat de onderzoekers van het CWZ mede-auteurs zijn van het artikel en zij dus beter wisten. Dat maakt dit tot een vorm van wetenschapsfraude. Ook onderzoekers van het Medisch Centrum van de Radboud Universiteit, de GD (Gezondheidsdienst voor Dieren) en de NVWA (Nederlandse Voedsel- en WarenAutoriteit) hebben aan deze publicatie hun medewerking verleend.

Commissie van Dijk
Een commissie van wetenschappelijke zwaargewichten heeft in 2010 het functioneren van de overheid ten aanzien van de Q-koortsuitbraak in Nederland onderzocht. De wankele basis aan medische gegevens waarop die uitbraak is gestoeld, komt in hun rapport aan de orde (3.2.2 Diagnostiek en de betrouwbaarheid daarvan): ‘Een positief uitgegeven laboratoriumbepaling van Q-koorts berust op een interpretatie door de medisch microbioloog van het serologische onderzoek en het PCR-onderzoek, dat echter niet in alle gevallen eenduidig te interpreteren is. Veel laboratoriummeldingen berusten noodzakelijkerwijs op een interpretatie van een enkelvoudig monster, maar de diagnose van acute Q-koorts is lang niet altijd op een enkelvoudig monster te stellen’. Maar vervolgens richt het rapport zich op de wijze waarop de overheid deze uitbraak van Q-koorts in Nederland heeft aangepakt (2).

Schadeclaim
Een vereniging van Q-koortspatiënten heeft onlangs (juni 2012) onder leiding van de nationale ombudsman mr. A.F.M. Brenninkmeier schadevergoeding en/of excuses geëist van dr. A. Klink en mevr. G. Verburg als de betrokken bewindslieden van destijds. De foutieve informatie waarop de ministers hun beleid moesten baseren, maakt die eis twijfelachtig. Eerder zou een erkenning van de gemaakte fouten door het RIVM en met name van het Centrum Infectieziektenbestrijding op zijn plaats zijn met excuses en schadevergoeding aan de gedupeerde geitenhouders. Daar zijn gegronde redenen voor.

Drents heideschaap

Conclusies
1. Het is een diagnostische fout om mensen met afweerstoffen tegen de Q-koortsbacterie te beschouwen als Q-koortspatiënten zonder dat een tweede bloedonderzoek is ingesteld.
2. De stelling dat wonen op minder dan 5 km afstand van een besmet geitenbedrijf de belangrijkste risicofactor is voor mensen om Q-koorts te krijgen, berust op een statistische meetfout.
3. De bewering dat het meest voorkomende genotype van de Q-koortsbacterie bij geiten op grote schaal Q-koorts heeft veroorzaakt onder de Nederlandse bevolking berust op wetenschapsfraude.
4. De commissie van Dijk heeft de gebrekkige diagnostische onderbouwing van de medische meetgegevens t.a.v. de Q-koortsuitbraak wel gesignaleerd maar ze heeft zich vervolgens beperkt tot de opdracht om het functioneren van de overheid bij de aanpak van deze uitbraak kritisch te bezien.

Bronnen
1. Bijlmer HA: Consensus bij diagnostiek acute Q-koorts; waar zijn we het over eens? Infectieziekten Bulletin november 2010, 21 nr. 9
2.  Dijk G van: Van verwerping tot verheffing. Q-koortsbeleid in Nederland 2005-2010. Evaluatiecommissie Q-koorts 22 november 2010
3. Hoek W van der, Morroy G, Renders NH, Wever PC, Hermans MH, Leenders AC, Schneeberger PM: Epidemic q Fever in humans in the Netherlands. Adv Exp Med Biol. 2012; 984: 329-364
4. Klaassen CHW, Nabuurs-Franssen MH, Tilburg JJHC, Hamans MAWM, Horrevorts AM: Multigenotype Q fever outbreak, the Netherlands. Emerg Infect Dis. 2009 April; 15: 613-614
5. Roest HIJ, Ruuls RC, Tilburg JJ, Nabuurs-Fransen MH, Klaassen CH, Vellema P, van der Brom R, Dercksen D, Wouda W, Spierenburg M, Buijs R, de Boer AG, Willemsen PThJ, Zijderveld FG van: Molecular Epidemiology of Coxiella burnetii from ruminants in Q fever outbreak, the Netherlands. Emerg Infect Dis. 2011; 17: 668-675
6. Stein A en Raoult D: Pigeon Pneumonia in Provence: A Bird-Borne Q Fever Outbreak. Clin Infect Dis. 1999; 29: 617-620

lees verder

© Leo Rogier Verberne
ISBN/EAN: 978-90-818362-0-3
www.q-koortsbesmetting.nl